Wim van Duijvenbode had een roep om verootmoediging op zijn hart gekregen van God. Jarenlang bad hij met anderen en hielden ze gebedswandelingen. Vanaf 2004 baden ze geregeld om een Huis van Gebed in Rotterdam. Tijdens alle gebedswandelingen keken ze rond of ze een plek konden vinden.
Omdat ze de geschiedenis van het vroegere Elim inmiddels kenden, hebben ze verschillende keren ook daar gebeden. In 2004 was BewonersVereniging Noordereiland in het pand van het vroegere Elim gevestigd.
Begin januari 2005 kreeg Marc Holstege, vaste gebedsmakker van Wim, het tijdens een gebedswandeling op zijn hart, dat God die dag een Huis van gebed wilde aanwijzen. Ze moesten op een plattegrond van Rotterdam een denkbeeldige tabernakel tekenen. Op de plek waar de menora staat, zou het gebedshuis zijn. Ze gingen naar huis en deden wat Marc op zijn hart had. De menora kwam op het Noordereiland te staan, min of meer op de Tulpstraat. Toen Wim en Marc er vervolgens naar toe reden bleek tot hun verbazing dat het pand sinds enkele dagen leeg stond.
Ze wandelden nog wat rond over het Noordereiland. Marc wilde op een gegeven moment de brug naar Zuid overlopen. Ze wachten voor het rode voetgangerslicht, maar merkten dat hun voetgangerslicht maar steeds op rood bleef staan, terwijl alle verkeerslichten gewoon functioneerden. Dat duurde wel drie ronden. Eindelijk viel het kwartje. Ze deden een paar passen naar achteren, en onmiddellijk sprong hun licht op groen. Ze wisten genoeg: ze moesten op het Noordereiland blijven. God had duidelijk gesproken.
Per 1 september huurden ze het pand. Ook toen gebeurde weer een wonder.
Wim en het kersverse bestuurslid Cees Vijfhuizen zouden op donderdag 31 augustus het huurcontract tekenen. Maar dan moest er wel bijna 2000 euro worden betaald. Echter, er was geen cent.
De maandag er voor was er ruim 1400 euro binnengekomen. Op donderdag, de dag van tekenen en betalen, was er om 10 uur ’s ochtends nog steeds 1400 euro. Wim begon hem behoorlijk te knijpen. Om een uur of half elf ging de telefoon. Een zuster die Wim al jaren niet meer had gesproken belde. Ze had gehoord van onze plannen en vroeg of er genoeg geld was. En u begrijpt het al, zij zorgde precies voor het ontbrekende bedrag.
Zo liet God ons door wonderen weten dat Hij de verootmoediging een eigen plek in Rotterdam wilde geven.
Later begrepen we ook dat God ons Elim niet vrijblijvend gaf. We geloven dat we mede door de bijzondere historie van Elim geroepen zijn om het werk onder het volk Israël voort te zetten op een manier die bij deze tijd en deze omstandigheden past.